Logo One Planet

Het oude Egypte: de goddelijke koning

Dal der Koningen
Dal der Koningen

Egypte bestaat uit twee delen: het lange smalle Nijldal, Opper-Egypte genaamd en de brede delta aan de kust, Neder-Egypte. Beide delen vormden eerst afzonderlijke koninkrijken, maar ze werden omstreeks 3000 v. Chr. verenigd onder één vorst, de farao.

De Egyptenaren bleven echter altijd spreken van de ‘’Twee landen’’ als ze hun land bedoelden. De farao’s, die als goden vereerd werden, tooiden zich met kronen en scepters, die aan de twee oorspronkelijke rijken herinnerden.

De koning en zijn graf

De farao’s waren machtig genoeg om voor zichzelf, ten koste van geweldige inspanningen, de beste graven te laten bouwen. Aanvankelijk waren dit de piramiden, maar toen deze niet veilig bleken voor grafrovers, werden de graven in de rotsen uitgehakt. Ook dit hielp niet. Hoe slim men de ingang van de graven ook trachtte te verbergen, steeds weer lukte het rovers om binnen te dringen. Slechts één graf in het Dal der Koningen werd in 1922 vrijwel ongeschonden aangetroffen, dat van de vrij onbelangrijke farao Toetanchamon.

Goden en dieren

De Egyptenaren kenden talloze goden. Tot de belangrijkste behoorden Osiris (collectie), Isis (collectie) en Horus (collectie). Het verhaal vertelt dat Osiris lang geleden over Egypte regeerde en de bewoners allerlei nuttige dingen leerde, zoals de landbouw. Zijn broer Seth werd jaloers en smeedde een samenzwering tegen Osiris. Tijdens een feest wist hij zijn broer in een kist te sluiten, die daarna in de Nijl werd geworpen. Isis, de vrouw van Osiris, slaagde er in de kist terug te vinden, waarna de god Anubis het lichaam balsemde en tot nieuw leven wekte. De zoon van Osiris en Isis, Horus wist later Seth te verslaan, waarna hij koning van Egypte werd. Osiris regeerde voortaan over het dodenrijk.

Al in de oudheid gold de Egyptische godsdienst als zeer merkwaardig, met name de gewoonte om sommige goden in de gedaante van een dier te vereren. Men stelde de god Horus voor als een valk, Thot als een baviaan of als een ibis en Anubis als een jakhals (collectie). Al spoedig ontstond de gewoonte om deze goden af te beelden als mensen met een dierenkop.

Andere goden, zoals Osiris en Isis, werden echter altijd in de gedaante van een mens vereerd. Later werden hele diersoorten, zoals valken, ibissen en katten als heilig beschouwd. Ze werden beschermd en na hun dood gebalsemd en op speciale begraafplaatsen bijgezet.

Een goddelijke kever

Opmerkelijk was de verering door de Egyptenaren van de mestkever of scarabee (collectie). Dit dier heeft de gewoonte eitjes te leggen in een balletje mest, dat vervolgens naar een veilige plaats wordt gerold. Na verloop van tijd komen de jonge kevers uit de bal tevoorschijn. Voor de Egyptenaren was de mestkever het symbool voor de schepping, voor het ontstaan van het leven. De zon, bron van alle leven, werd volgens hen door een grote scarabee langs de hemel geduwd.

Mestkever
Mestkever | Fotograaf: Foto: Frans van Heerden / CC
Mummies

Waarschijnlijk heeft geen volk in de geschiedenis zoveel aandacht besteed aan de begrafenis als de oude Egyptenaren. In hun ogen was het absoluut noodzakelijk dat het lichaam van de dode bewaard bleef, om in het dodenrijk tot nieuw leven gewekt te kunnen worden.

Tevens moest de ziel, die men als een soort vogel voorstelde, altijd een rustplaats kunnen vinden. Met alle middelen probeerde men dan ook het voortbestaan van het lichaam te verzekeren. De uitstekende resultaten die bereikt werden, moet men echter voor een deel toeschrijven aan het uitzonderlijk droge klimaat (mummies in de collectie).

In de collectie van Museon-Omniversum bevindt zich het deksel van een mummiekist uit de periode van de 26e dynastie (660-625 v.Chr.), waarschijnlijk afkomstig uit Herakleopolis. De hiërogliefentekst op het deksel is verdeeld in 9 kolommen. Het betreft een weergave van spreuk 72 uit het dodenboek, een soort ‘reisgids’ die de overledene van nut was bij zijn verblijf in het dodenrijk. De tekst wordt in dit geval van boven naar beneden en van rechts naar links gelezen. De vertaling luidt:

Woorden gesproken door Osiris, de godsvader en geliefde van de god van Herakleopolis, Henboesa zoon van Petosiris:
Geboren uit Hat(hor)emachet; heil u, heren der waarheid, die vrij zijn van kwaad;
De levend zult voortbestaan voor eeuwig, voor perioden van eeuwigheid. Open (hemel) en aarde, want ik ben
Verheerlijkt in uw gedachten, ik heb macht over Uw toverkracht;
Ik ben geacht zoals u geacht zijt. Red mij van de roofzuchtige (krokodil) die in dit land
Van de waarheid is. Geef mij mijn mond, opdat ik ermee spreke. Geef mij offergave in
Tegenwoordigheid van U, aangezien ik Uw naam ken en ik ken
De naam van de grote god voor wiens neus Uw voedsel plaatst Rekem is zijn naam)
Hij doordringt de oostelijke horizon van de hemel, hij strijkt neer in de westelijke horizon.

Woning voor de eeuwigheid

Het graf was voor de Egyptenaar een woning voor de eeuwigheid. De overledene kreeg als het ware een kopie van zijn eigen vertrouwde omgeving mee in de vorm van schilderingen en reliëfs op de wanden van het graf.

Dienaren voor de ziel

De dode kreeg een aantal beeldjes mee in het graf, die hem in het Dodenrijk als dienaren terzijde moesten staan. Zij werden shabti of ushabti genoemd, wat ‘antwoordgevers’ betekent. Een graf kon wel vierhonderd van deze beeldjes bevatten (collectie).

Amuletten

Amuletten zijn meestal kleine voorwerpen, die men op het lichaam draagt om kwade krachten af te weren en goede tot zich te trekken. De Egyptenaren kenden talloze amuletten, die zij ook aan de dode in het graf meegaven. Een zeer populair amulet was “het oog van Horus”, dat in allerlei vormen is teruggevonden. Ook afbeeldingen van goden en heilige dieren dienden als amulet (collectie).

Sarcofaagdeksel
Sarcofaagdeksel | Fotograaf: Collectie Museon-Omniversum
Obelisken

Ter ere van de Zonnegod Re richtten de Egyptische farao’s naaldvormige gedenktekens op, die obelisken worden genoemd. Dit woord is door de Grieken bedacht en betekent letterlijk 'braadspitje'.

De obelisken werden uit één stuk steen gehakt, op vlotten via de Nijl vervoerd en daarna op rollen over land verplaatst. Hoe men er in slaagde ze op te richten is niet met zekerheid vast te stellen. De top van de obelisk, een kleine piramide, was vermoedelijk verguld. Reeds in de oudheid werden de obelisken ten zeerste bewonderd. De Romeinen hebben er een groot aantal meegenomen naar Italië. In de 19de eeuw ging de plundering voort, zodat er nu nog slechts vier obelisken over zijn in Egypte zelf. Tot in de 20ste eeuw zijn gedenktekens in de vorm van obelisken vervaardigd.

Obelisk
Obelisk, Parijs | Fotograaf: Foto: Ruben Holthuisen / CC
Hiërogliefen

Tijdens de Egyptische veldtocht groeven soldaten van Napoleon een beroemde steen op bij het plaatsje Rashid of Rosette. De steen van zwart basalt bevat een tekst van koning Ptolemaios V. Op zichzelf is de inhoud vrij onbelangrijk, maar de Franse geleerden zagen direct de betekenis ervan in.

Het bovenste deel bevat Egyptische hiërogliefen, in het midden staat een demotische tekst en daaronder een vertaling in het Grieks. De steen van Rosette vormde het uitgangspunt bij de ontcijfering van de hiërogliefen.

Heilige tekens

Hiërogliefen, vrij vertaald "heilige inkervingen", is de naam die de Grieken hebben gegeven aan de oud-Egyptische schrifttekens. De Fransman Champollion begon in 1808 met de bestudering van de steen van Rosette. Het duurde nog tot 1822 voordat hij erin geslaagd was het hiërogliefenschrift te ontcijferen. Champollion spoorde eerst de naam Ptolemaios op. Hij veronderstelde dat de koningsnaam in hiërogliefen op speciale wijze werd weergegeven, in een ovalen lijstje of cartouche. Dit bleek een goede greep te zijn.

Papyrusfragment waarop in hiëratisch handschrift de ‘Spreuk van de Krans’ uit het Dodenboek wordt beschreven. De tekst spreekt over de triomf van de dode over zijn vijanden. De Papyrus is hergebruikt. Een oudere demotische tekst is uitgewist, aan de linkerkant zijn daarvan nog sporen te zien. We noemen dat een palimpsest. Datering: Ptolemeïsche periode, 332-30 v.Chr. | Collectie Museon