Logo One Planet

Goden en voorouders

Avondhemel
Avondhemel

Waar komen we vandaan, waarom zijn we hier en waar gaat dit alles heen? Het antwoord op deze vraag? Geloven!

De hindoegod Brahma schiep de wereld vanuit een diepe zucht, het alomvattende woord ohm. De vele goden en godinnen uit het hindoepantheon maken allemaal deel uit van deze goddelijke kern (collectie). Joden (collectie), christenen (collectie) en moslims (colllectie) benoemen één god. Voor de joden heet hij Jaweh, voor de christenen God, voor de moslims Allah. Boeddhisten (collectie) nemen hun toevlucht tot hun leermeester Boeddha, die benadrukt dat ieder mens de goddelijke kern in zichzelf moet realiseren.

Al deze religies van het schrift voegden zich doorgaans bij oudere opvattingen en vermengden zich daarmee. Zo ontstonden complexe geloofssystemen met een hoogste god, hemelen en hellen. Voorouders en heiligen bieden in ruil voor een offer of kaars steun in het dagelijks leven.

Voorouders

In veel samenlevingen gelooft men dat de overleden voorouders betrokken blijven bij het wel en wee van de familie. Hun geesten zwerven rond en bemoeien zich met de levenden. Zij kunnen lastig zijn maar ook helpen en raad geven, bijvoorbeeld in dromen.

Vaak treden de vooroudergeesten op als bemiddelaars tussen mensen en goden. Contact met de overleden voorouders is daarom belangrijk. Zij krijgen offers en worden op de hoogte gehouden van alle gebeurtenissen in de familie. 

Mahakala, de grote zwarte

Mahakala, de ‘Grote Zwarte’, is een beschermer van het boeddhisme. Hij ziet er woest en kwaad uit, juist om het kwaad in de wereld af te schrikken. Hij is dus, met al zijn goede bedoelingen, kwader dan het kwaad. Zijn derde oog doorziet en begrijpt alles. Samen met andere beschermgoden danst hij elk jaar in de kloosters de Cham-dans. Zij jagen al het kwaad van die plek weg en vullen het klooster met positieve energie die er het hele jaar zal blijven hangen.

Mahakala
Mahakala, de grote zwarte | Fotograaf: Collectie Museon-Omniversum
Sakpata, de koning van de aarde

Sakpata is de ‘Koning van de aarde’, want hij voorziet de mensen van graan. In ruil daarvoor bieden zij hem offers en vrolijke dansen. Vergeten ze dat, dan wordt hij nijdig en zorgt ervoor dat het graan weer door hun huid naar buiten komt. Wij noemen dat de pokken. Zelf heeft hij ook een pokdalig gezicht. Tegenwoordig straft hij niet alleen met pokken maar ook met aids.

Het beeld is afkomstig uit Benin of Togo.

Sakpata
Sakpata, de Koning van de aarde | Fotograaf: Collectie Museon-Omniversum
Ogou, de god van het ijzer en de oorlog

Ogou, of simpelweg Gu, is god van het ijzer en de oorlog. Hij is de beschermheer van de metaalwerkers van de Fon en de Ewe uit Benin en Togo. Als hij niet genoeg aandacht krijgt, trekt hij zich terug in het bos. Dat merken de mensen meteen, want dan blijft de technologische vooruitgang stilstaan. Wordt hij gelukkig gemaakt met een goed feest, dan raakt iedereen weer geïnspireerd. Tweehonderd jaar geleden reisde Gu met de slaven mee naar Zuid-Amerika. Als zijn aanhangers vergeten hem aandacht te geven, wordt hij woedend en zorgt hij voor ruzie en oorlog.

Ogou, de god van het ijzer en de oorlog
Ogou, de god van het ijzer en de oorlog | Fotograaf: Collectie Museon-Omniversum
Egungun

Via een Egungun-masker kan de geest van een dode in contact komen met de levenden. Met een Egungun presenteren de voorouders van de Yoruba zich op de herdenkingsfeesten die ter ere van hen worden gehouden. Om hen naar die feesten toe te lokken worden de Egungun van de allermooiste stoffen gemaakt. Al dansen ze graag rond met hun nakomelingen, mensen aanraken vinden Egungun uit den boze. Wie dat toch doet, kan geen kinderen maken of krijgen. Egungun-maskers komen voor in Nigeria en Benin.

Egungun-masker
Egungun | Fotograaf: Collectie Museon-Omniversum
De regenboogpaarden van de Nage

Mensen komen en gaan in deze wereld. Dat geldt ook voor wat zij denken en maken. Deze paarden stonden vroeger in een huis, dat sao heda heet. In dit heilige huis van de Nagestam op het Indonesische eiland Timor werden de horens en schedels van buffels bewaard. Om hun voorouders tevreden te stemmen, offerden ze buffels. Waarom dan beelden van paarden en niet van buffels? De Nage maakten paarden omdat ze denken dat de regenboog een groot paard is. Ze geloven dat het regenboogpaard de zielen van de doden naar de wereld van de goden brengt. En ook dat de goden er soms mee naar de aarde afdalen.

Dat is wat de Nage zich nog herinneren van dit beeld, meer niet. Ze lieten deze omgevallen paarden verrotten. De Nage zijn nu zo arm dat ze geen buffels meer kunnen offeren. Daarom vereren ze hun voorouders niet meer en maken ze geen nieuwe paarden. Bovendien is hun geloof veranderd door de invloed van het moderne leven en door mensen die de Nage het christendom en de islam leerden

Uit boomstam gesneden beeld van een paard met ruiter
Jaheda-paard van de Naga | Fotograaf: Collectie Museon-Omniversum