Logo One Planet

Hulp na de atoombom

Nagasaki na de atoombom
Nagasaki na de atoombom

9 augustus 1945

Jas die Koos van Houten van een Japanse soldaat kreeg na de atoombom op Nagasaki
Nagasaki | Fotograaf: Coll. nr. 108797
Pet met sporen van de atoombom op Nagasaki
Nagasaki | Fotograaf: Coll. nr. 233136

Koos van Houten werkte als dwangarbeider op een scheepswerf in Nagasaki, toen een Amerikaanse bommenwerper op 9 augustus 1945 de stad met een atoombom vernietigde. Hij was een van de overlevenden. De pet draagt nog sporen van de bom.
Behalve de pet en zijn broek droeg hij niets toen hij wegvluchtte voor de branden die overal uitbraken. ‘Ik kreeg het behoorlijk koud en ik beefde’, herinnerde hij zich. ‘Een Japanse soldaat gaf mij deze regenjas. Ik ben hem hier nog steeds dankbaar voor.’

Luister naar het uitgebreide verhaal bij dit voorwerp:

Transcriptie van de gesproken tekst

De kakikleurige jas en pet in de vitrine behoorden toe aan Koos van Houten. Koos werkte als dwangarbeider op een scheepswerf in Nagasaki, toen op 9 augustus 1945 een Amerikaanse bommenwerper deze Japanse stad met een atoombom verwoestte. Koos overleefde. Hij vertelt:
“Ik was buiten de fabriek aan het werk, toen ik iets hoorde. Ik keek omhoog en zag schuin achter me een enorme lichtflits. Ik liet me vallen en bleef een tijdje liggen. Het licht van de bom was zo verschrikkelijk sterk dat het zand voor mijn ogen veranderd leek in allemaal kleine diamantjes. Ik begreep helemaal niet wat er gebeurde.
Het eerste wat ik deed toen ik overeind was gekomen, was mijn pet zoeken. Ik had gevangenennummer 92, kyu dju ni. Dat nummer moest je goed onthouden, want als je niet op je nummer reageerde zwaaide er wat. Dat nummer stond op de achterkant van je pet. Je moest hem altijd op hebben, anders kreeg je slaag. Idioot, dat je op zo’n moment aan zoiets onbelangrijks denkt.

Alles om ons heen stond in brand en we zijn de heuvels in gevlucht. Ik had allen een broek aan. Het werd nacht en de hele hemel was rood van de verschrikkelijke brand van Nagasaki. Ik had het koud en ik beefde. Een Japanse soldaat riep me en heeft me deze jas gegeven. Ik ben hem hier nog steeds zeer dankbaar voor.
Na twee dagen moesten we terug de stad in om lijken te bergen en puin te ruimen. Alles lag plat. Afschuwelijk gewonde kinderen en volwassenen. Kinderen met opgezwollen hoofden van de brandwonden en de blaren. Nee, toen vonden we het niet meer goed dat de Amerikanen waren komen bombarderen. Dit was werkelijk te erg.”

De sporen van de atoombom zijn nog zichtbaar op de pet in de vorm van bruine vlekjes.

Volgende voorwerp

Deze pagina is onderdeel van de digitale tentoonstelling Getekend. Persoonlijke verhalen over de Japanse bezetting.

Ga naar het begin van deze tentoonstelling