Logo One Planet

De Romeinen in Nederland

Romeinse soldaat tegen de achtergrond van een duinlandschap
Romeinse soldaat tegen de achtergrond van een duinlandschap

Rond het jaar 12 v.C. kwamen de eerste Romeinse soldaten naar de Lage Landen. Dit was het begin van een nieuwe tijd waarin veel veranderde in deze streek.

De Romeinse cultuur bracht veel nieuwe gebruiken en voorwerpen met zich mee: het schrift, een leger, wegen, mijlpalen, geld, stenen gebouwen, ander eten en een ander geloof. De plaatselijke bevolking nam veel van de Romeinen over.

Leger

Geen leger in de oudheid was zo goed georganiseerd als het Romeinse. De basiseenheid van het Romeinse leger was een legioen. Een soldaat in een legioen werd daarom legionair genoemd. Acht legionairs deelden samen een tent, kookgerei en een ezel voor transport. Tachtig legionairs vormden een centurie en zes centuriae bij elkaar heetten een cohort. Tien cohorten vormden een legioen, onder aanvoering van een legatus, de commandant.

De belangrijkste taak van het leger was het bewaken van de grenzen van het Romeinse rijk. In vredestijd voerden de soldaten ander werk uit. Ze fabriceerden bijvoorbeeld dakpannen en andere bouwmaterialen (collectie). Ieder legioen had een eigen naam en nummer, dat met een stempel in de dakpannen en bakstenen werd gedrukt. Je kunt dus altijd zien waar bouwmaterialen zijn gemaakt.

Geld

De Romeinen brachten een handig systeem van maten en gewichten naar de lage landen. Ook introduceerden ze geld. Ze lieten gouden, zilveren en koperen munten (collectie) slaan die in het hele Romeinse rijk als betaalmiddel dienden. Dit was goed voor de handel.

De Romeinen rekenden in sestertiën. Hiermee werden de dagelijkse boodschappen gedaan. Het geld bewaarden ze, net als wij tegenwoordig, in een portemonnee.
Een niet heel rijk gezin van drie personen, waarvan 1 slaaf, kon rondkomen van 2280 sestertiën per jaar. Een brood kostte 1 as, net als een nieuwe kookpot (collectie) en een olielamp (collectie). Een tunica, een onderkleed, kostte 15 sestertiën en voor een slaaf betaalde een Romein rond de 2500 sestertiën.

Romeinse munten
Romeinse munten dienden niet alleen als betaalmiddel. Ze werden ook gebruikt voor propaganda. Aan de voorzijde staat het portret van de keizer. Deze portretten zijn niet realistisch, maar tonen de keizer zoals hij zichzelf graag zag. Op de achterzijde stond vaak een voorstelling, die één van zijn prestaties roemde of bijvoorbeeld zijn plannen aankondigde. | Fotograaf: Collectie Museon-Omniversum
Huizenbouw

Luxe Romeinse huizen werden gebouwd met 'moderne' materialen: bakstenen, tegels, rioolpijpen en dakpannen, allemaal van aardewerk (collectie). Deze werden gemaakt door soldaten. Welgestelde Romeinen woonden in een villa op het platteland. Zo’n riante boerderij bestond uit een woongedeelte, een gedeelte voor het personeel en opslagruimtes. Sommige villa’s hadden zelfs vloerverwarming! Arme Romeinen op het platteland kenden deze luxe niet. Zij woonden in dezelfde eenvoudige boerderijen als de oorspronkelijke inwoners van deze streken: gemaakt van hout, met rieten daken, muren van leem of koeienmest en vloeren van aangestampte aarde. 

Aardewerk

In de lage landen werd al ver voor de Romeinse tijd aardewerk gemaakt. De draaischijf is echter een Romeinse nieuwigheid die men hier graag overnam. Dankzij de draaischijf konden in korte tijd meer potten worden gemaakt, zoveel dat de pottenbakker van de verkoop kon leven. De Romeinen maakten veel gebruik van aardewerk: kookpotten, eet- en drinkgerei, verpakkingsmateriaal en voorraadpotten waren allemaal van aardewerk gemaakt (collectie).

Glas

Glas wordt gevormd door het te gieten in mallen, vormen van klei, of door het te draaien rond een kern van gebakken klei. Vanaf de eerste eeuw wordt glas ook geblazen, en kunnen glazen voorwerpen snel en gemakkelijk worden gemaakt.
Voedsel, parfum en cosmetische olie werden vaak in glazen flessen en kruiken bewaard (collectie). Rijke Romeinse dames besteedden veel aandacht aan hun uiterlijk als ze bezoek ontvingen of uitgingen. Na een bad werden ze opgemaakt door een bediende en besprenkeld met parfum. Parfum - per fumum in het Latijn - betekent letterlijk “door rook”. Door het branden van wierook of hars komt geur vrij! De slaven die Romeinse vrouwen én mannen insmeerden met parfum heeten cosmetae. Ons woord cosmetica herinnert nog steeds aan deze slaven.

Romein glas
Romeins glas | Fotograaf: Collectie Museon | Omniversum
Voedsel

De Romeinse soldaten in ons kustgebied vulden hun dagelijkse rantsoen van graan, varkensvlees, rundvlees, kaas en ‘slechte wijn’ soms aan met luxere spijzen. Bij opgravingen in Nederland kwamen druiven-, dadel- en pijnboompitten tevoorschijn en werden onder andere de resten van granaatappels, mosselen, oesters en amandelen teruggevonden. Lang niet al deze producten kwamen in onze streken voor en moesten speciaal voor dit doel worden ingevoerd. Ook werden bij opgravingen visresten teruggevonden. Gedroogde vis werd gebruikt voor de bereiding van een speciale vissaus. Deze saus werd 'garum' of 'liquamen' genoemd en was berucht vanwege de stank. Bijna in alle Romeinse recepten wordt deze vissaus in plaats van zout gebruikt. De vissaus is het best te vergelijken met Aziatische vissaus van tegenwoordig.

Geloof

De Romeinen brachten een ander geloof met zich mee, maar ze stelden zich tolerant op. De plaatselijke bevolking mocht de eigen godsdienst behouden onder voorwaarde dat ze ook de Romeinse goden zouden vereren.

In het huidige Nederland kregen in de Romeinse tijd veel lokale goden en godinnen een Romeinse naam en een Romeins uiterlijk. Dat was ook het geval met Nehalennia. Zij was alleen bekend in Zeeland. In de duinen bij Domburg en Colijnsplaat stonden tempels, die aan deze godin gewijd waren. Door de stijging van de zeewaterspiegel liggen de resten hiervan onder water.
Nehalennia werd vereerd door kooplieden uit binnen- en buitenland. Na een behouden vaart dankten de kooplui Nehalennia met een steen, een altaar of een votiefsteen. Hierop stonden de namen van de handelaren en hun producten vermeld. Zo dienden de altaren ook als reclameborden.
Op de teruggevonden altaren komen verschillende symbolen voor. De hoorn van overvloed staat voor voorspoed, de appels voor vruchtbaarheid, de hond voor trouw en waakzaamheid.
Nehalennia zorgde blijkbaar voor een goede overtocht en succesvolle handel.