Logo One Planet

“Everything belong to Nippon. And you? You belong to Nippon too.”

Luister naar verhalen van mensen die als kind de Japanse bezetting hebben meegemaakt:

Transcriptie van de gesproken tekst

Onze ploeg was tewerkgesteld aan een stuk spoordijk. Het werk was zwaar en schoot niet op. We moesten modder in mandjes scheppen en doorgeven in een menselijke keten. We stonden op blote voeten tot onze knieën in de zuigende modder, drinkwater was er niet. De Koreaanse bewaker waagde zich niet in de modder, maar om hem heen hing een sfeer van kwaadaardigheid en dreiging. Als je naar zijn zin niet hard genoeg werkte riep hij je bij zich en kreeg je een pak rammel.
Hans en Klaas Liesker, jongenskamp Tjitjalengka, Java


Het zware werk wordt door de meisjes gedaan. Ik word buitenstookster en begin morgen al van vier tot zes. Ik hoop dat ik voldoe en ’t volhoud. Mams vindt ’t niet zo leuk en misschien valt ’t wel tegen, maar ik hoop van niet.
Sonja Paardekooper, Ambarawa 9, Java


Er moesten fundamenten gelegd worden voor een hal. Diepe putten graven, beton storten en kijken waar de Jap was. Want keek die niet, dan mikten we snel een paar forse lavakeien in het natte beton en het peil in de put steeg dan verrukkelijk snel. Het werk was te zwaar voor me. Ik zag sterretjes, dat werden blinde vlekken en een dubbel beeld. Na drie weken moest ik het opgeven: bloedarmoede, afgekeurd. Ik viel terug op 80 gram droge rijst en 1/5 broodje. Dat was even wennen.
Hans en Klaas Liesker, jongenskamp Tjitjalengka, Java

  • Maker onbekend, Vuilnis ophalen. Vrouwenkamp Kramat, Java, 1942-1945. Coll. nr. 66291
  • Johan Gabriëlse, Hout halen. Kamp voor jongens en oude mannen Ambarawa 8, Java, 1942-1945. Coll. nr. 68113
  • Jan Kickhefer, Tuincorvee. Mannenkamp Baros 5, Java, augustus 1944. Coll. nr. 66239 a
  • Molly Roukens, Zuster Martina en haar ploeg. Vrouwenkamp Kaäten, Celebes, 1942-1944. Coll. nr. 108729
  • Bea van der Linden, Gamellen sjouwen. Vrouwenkamp Ambarawa 9, Java, 1944. Coll. nr. 112296 (7/14) a
Lezen: dwangarbeid en corvee

Dwangarbeid

Krijgsgevangenen werden verplicht tot dwangarbeid bij de aanleg van bijvoorbeeld vliegvelden en spoorlijnen. Dwars door het oerwoud van Birma en Thailand werd een 414 km lange spoorlijn aangelegd, de Birmaspoorweg. En in Sumatra de 220 km lange Pakan Baroe-spoorlijn. Die was precies op 15 augustus 1945 klaar, de dag waarop Japan zich overgaf. Het werden dodenspoorlijnen genoemd omdat zeker een kwart van de krijgsgevangenen hierbij om het leven kwam. In Japan werkten krijgsgevangenen op scheepswerven, in fabrieken, kolen- en zilvermijnen, vanuit kampen nabij het werk.

Tewerkstelling vrouwen

De burgergeïnterneerden werden ook voor de Japanners aan het werk gezet. Zo moesten vrouwen voor de soldaten sokken breien, handschoenen naaien en petjes maken voor een paar dubbeltjes per stuk. Sommige vrouwen moesten touwdraaien of houten spijkers maken voor de scheepsbouw. In vrijwel ieder kamp moesten de geïnterneerden voor de Japanners varkens fokken en slachten. Ze moesten eerst zelf de hokken timmeren. Ook moesten ze groenten voor de Japanners verbouwen.

Troostmeisjes

Het Japanse leger had tijdens de oorlog overal militaire bordelen. Vooral Chinese en Koreaanse meisjes en vrouwen werden als seksslavinnen tegen hun wil vastgehouden, maar ook vrouwen uit Nederlands-Indië werden gedwongen als "troostmeisje" de militairen terwille te zijn tijdens de uitoefening van hun zware taak.

Zo’n 200.000 vrouwen werden gedwongen zich dag en nacht te prostitueren. "Troostmeisje" is dus wel een erg verhullend woord, dat door de slachtoffers wordt afgewezen. Pas na 1990 kwamen deze feiten goed in de openbaarheid.

Corvee

In de kampen was veel werk te doen, daarom stelden de kampbesturen corvee in. De organisatie hiervan was een hele klus. Je had ziekenhuiscorvee, keukencorvee, het reinigen van wegen, goten en beerputten, kampadministratie. Ook was er buitencorvee: werk op het land of het lossen van treinwagons. Het bood de mogelijkheid om even buiten het kamp te komen. Met sommige taken verdiende de corveeër een klein extra broodje en of een dubbeltje per dag.

Kinderen werken ook

Ook de kinderen, al vanaf acht jaar, hielpen mee. Tot zij in 1944 naar de jongenskampen vertrokken haalden de grote jongens het huisvuil op Daarna namen de grote meisjes deze taak over. Opgeschoten jongens en meisjes zaten ook in de transportploegen die hielpen bij de talloze verhuizingen en bij het laden en lossen van vrachtwagens. Andere kindertaken waren hout en water halen voor de keuken, werk in de tuin, gras snijden, de straat vegen. Binnen het eigen huishouden hielpen ze met allerlei klusjes.

Romusha’s

Dwangarbeid onder de Indonesische bevolking bestond ook. Werksoldaten, romoesha’s, werden onder dwang of valse voorwendselen als arbeiders ingezet voor de Japanse oorlogseconomie, met name bij de aanleg van spoorlijnen en vliegvelden. De Indonesische leider Soekarno ondersteunde het ronselen van deze mensen. Hun omstandigheden waren afschuwelijk, en aanmerkelijk zwaarder dan die van de krijgsgevangenen. Naar schatting hebben meer dan vier miljoen mensen voor de Japanners moeten werken. Honderdduizenden, meer dan de helft, zijn door ziekte, ondervoeding en mishandeling bezweken.

Uitgelicht

Mensen bezig met de aanleg van een spoorweg onder toeziend oog van bewakers

Kees van Willigen, Aanleg van de spoorweg. Thai-Birma-spoorweg, 1944. Coll. nr. 73274

Luister naar een beschrijving van deze tekening:

Transcriptie van de gesproken tekst

Deze tekening is gemaakt door Kees van Willigen, die als dwangarbeider aan de Thai-Birma spoorweg werkte. Hij laat hier zien hoe zwaar dat werk was. De spoorrails lopen door een diep tracé dat met behulp van pikhouwelen en scheppen met de hand is uitgegraven. Nu nog wordt er aan de wand langs het tracé gewerkt door twee mannen met pikhouwelen. Iets verderop zijn mannen met scheppen bij de tracéwand in de weer. Ook zijn er mensen met het spoor zelf bezig. Om de zoveel meter staat een bewaker, zowel op als naast het tracé, waar je via ladders kunt komen. Je herkent ze aan hun wapen of gewoon omdat het de enige mannen zijn die recht overeind staan. Verderop zie je mannen dingen sjouwen en aan elkaar doorgeven. Misschien zijn het wel de bielzen die ze zelf hebben gemaakt van de bomen langs het tracé. Je ziet dat de spoorweg niet door professionals wordt aangelegd en dat het een haastklus is. De bielzen liggen schots en scheef en de rails lopen niet mooi strak.

Dwangarbeiders onderweg

Kees van Willigen, Dwangarbeiders onderweg. Thai-Birma-spoorweg, 1944. Coll. nr. 73277

Luister naar een beschrijving van deze tekening:

Transcriptie van de gesproken tekst

Kees van Willigen heeft hier een stoet dwangarbeiders getekend op weg naar hun werk aan de Birmaspoorweg. Hun blikken zijn leeg en ze kijken strak voor zich uit. De twee voorste mannen lopen met ontbloot bovenlijf. Hierdoor zie je duidelijk hoe zeer ze zijn vermagerd. Je kunt hun ribben tellen. De een draagt een pikhouweel over de schouder, de ander een schep. Allebei hebben ze een ketting met hun kampnummer om. Ze worden gevolgd door drie andere dwangarbeiders. Een van hen, met een officierspet op het hoofd, is duidelijk ouder dan de anderen. Een bewaker, waarschijnlijk Koreaans, sluit de rij. Op de achtergrond suggereert de tekenaar een aantal kruizen. Passeert de groep een begraafplaats van dwangarbeiders die aan de ontberingen zijn bezweken?

Naar het volgende onderwerp

Verander van verhaallijn:
vrouw  man

Alle verhalen van vrouwen
Alle verhalen van mannen

Deze pagina is onderdeel van de digitale tentoonstelling Getekend. Persoonlijke verhalen over de Japanse bezetting.

Ga naar het begin van deze tentoonstelling