Logo One Planet

De nieuwe wereld na de dinosaurussen

De groeve van Messel
De groeve van Messel

Na het verdwijnen van de dinosaurussen namen de zoogdieren de 'macht' over. Andrewsarchus was een van die zoogdieren.

In Duitsland vlak bij Frankfurt ligt de groeve Messel. Tot 1971 is hier naar ijzererts en bruinkool gegraven. Maar behalve ijzererts en bruinkool worden hier sinds de negentiende eeuw bijna vijftig miljoen jaar oude fossielen gevonden (collectie). Deze fossielen laten de fijnste details zien van vogelveren, de vacht van zoogdieren en de vlieghuid van vleermuizen. Soms zijn zelfs de kleuren van insecten bewaard gebleven.

In die tijd, vijftien miljoen jaar na het verdwijnen van de dinosaurussen, heerste er in Europa een tropisch klimaat en was het, net als Brazilië nu, bedekt met tropisch regenwoud. In deze nieuwe wereld hebben de zoogdieren definitief de ‘macht’ van de reptielen overgenomen. Veel van die zoogdieren zijn inmiddels weer verdwenen, zoals ook Andrewsarchus.

Andrewsarchus mongoliensis

De Andrewsarchus is waarschijnlijk het grootste vleesetende landzoogdier dat ooit bestaan heeft. Verder weten we vrijwel niets van dit uitgestorven dier. Het enige overblijfsel is een fossiele schedel, die nu in het American Museum of Natural History in New York ligt. 

De schedel is in 1923 door paleontoloog (deskundige op het gebied van uitgestorven leven) Roy Chapman Andrews in de Gobiwoestijn in Mongolië gevonden. Het dier werd Andrewsarchus mongoliensis genoemd, letterlijk Andrews beest uit Mongolië. De 83 cm lange schedel stamt uit het Eoceen, een tijdperk dat duurde van 55 tot 35 miljoen jaar geleden. Aan het gebit is te zien dat de Andrewsarchus een vleeseter was. Het blijft echter een mysterie wat voor diersoort de Andrewsarchus is. Wanneer we meer fossielen van de Andrewsarchus of van verwante soorten vinden, kan het raadsel misschien opgelost worden. 

Wolf?

Andrewsarchus lijkt op een reusachtige wolf. Maar de schedel en het gebit vertonen weinig overeenkomsten. Omdat ze beide min of meer dezelfde leefwijze hebben lijken ze veel op elkaar. Uit onze tijd kennen we dit verschijnsel, parallelle evolutie genoemd, van de wolf, Canis lupus, en de buidelwolf, Thylacinus cynocephalus, die in Tasmanië, Australië en Nieuw-Guinea leefde.

Hoefdier?

Koeien en paarden zijn hoefdieren. Het is wel het laatste waar je aan zou denken bij het zien van dit verschrikkelijke dier. De hoefdieren van nu hebben vleesetende voorouders, de Mesonychiden, die wel wat leken op wolven, maar daarvan verschilden door hun korte poten en langgerekte rug en kop. Nog vreemder voor ons moderne mensen is dat deze roofdieren aan elke poot vijf hoefjes hadden die ze gebruikten als klauwen. Hoewel schedel en gebit van Andrewsarchus en Mesonychiden op elkaar lijken zijn ze toch geen verwanten van elkaar.

Walvis?

Merkwaardig genoeg zijn er ook overeenkomsten met walvissen. Een van de eerste walvissen is Pakicetus, die 50 miljoen jaar geleden leefde langs de oevers van de Tethyszee waar nu Pakistan ligt. Deze oerwalvis had een lange rug, een lange platte kop en korte poten. DNA-onderzoek laat zien dat walvissen wel verwant zijn aan nijlpaarden.  

Van nijlpaarden, walvissen, herten en varkens

Uit DNA-onderzoek komt naar voren, dat walvissen verwant zijn aan evenhoevigen. Kamelen, herten, runderen, nijlpaarden en varkens zijn evenhoevige zoogdieren met aan iedere poot twee of vier tenen. Ook tijdgenoten van Andrewsarchus, de Oreodonten en de Cainotheria zijn evenhoevigen. De oudste nijlpaardfossielen zijn achttien miljoen jaar oud en dus is er nog een lange weg te gaan alvorens de stamboom van deze groepen en de plaats van Andrewsarchus daarin duidelijk zal worden.

De reconstructie van het Museon

Andrewsarchus is bekend geworden door de BBC-serie Walking with Beasts. Omdat alleen de schedel bekend is, blijft het gissen naar de rest. Schedel en gebit lijken op die van de beter bekende Mesonychiden. Daarom is in deze reconstructie gekozen voor een lichaam dat gebaseerd is op fossielen van deze uitgestorven dieren. In vergelijking met de reconstructie uit Walking with Beasts zitten de ogen lager, zijn de oren kleiner, heeft de vacht een andere kleur en is de staart een stuk korter. Omdat hij zo groot was en door de vorm van zijn gebit denken we dat Andrewsarchus een aaseter was. Aaseters jagen niet en hebben geen grote oren nodig om hun voedsel op te sporen.

Andrewsarchus
Andrewsarchus mongoliensis in een vroegere opstelling in het museum | Fotograaf: Collectie Museon-Omniversum